ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2888
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning gezinsleden wegens onvoldoende toetsing artikel 3 EVRM
Eiseressen, gezinsleden van een vreemdeling van wie de asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, vorderden een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvragen af, stellende dat artikel 3.107, tweede lid, Vreemdelingenbesluit 2000 aan verlening in de weg staat. De rechtbank constateerde dat verweerder niet heeft onderzocht of artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen uitzetting van de echtgenoot/vader, hetgeen volgens jurisprudentie vereist is bij toepassing van artikel 1F.
De rechtbank overwoog dat het asielrelaas van eiseressen, dat ook het risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro omvat vanwege de werkzaamheden van hun echtgenoot/vader onder het voormalig communistisch regime, onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming. Verweerder heeft de aanvragen onvoldoende gemotiveerd afgewezen en nagelaten een toets aan artikel 3 EVRM Pro uit te voeren.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 15 augustus 2005.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot weigering van verblijfsvergunningen aan gezinsleden wegens onvoldoende toetsing aan artikel 3 EVRM en wijst de zaak terug voor nieuwe besluitvorming.