ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3168
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting
Eiser, een Algerijnse vreemdeling die sinds 15 juli 2004 in vreemdelingenbewaring is gesteld, stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de bewaring niet onrechtmatig was, maar na nieuwe feiten en het antwoord van het EHRM op een verzoek tot versnelde behandeling, werd de situatie herbeoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat door de interim measure van het EHRM, die inhoudt dat eiser niet naar Algerije mag worden verwijderd "until further notice", geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Diplomatieke pogingen tot garanties bleken zonder resultaat. Verweerder kon geen onderbouwing geven voor uitzetting naar een ander land.
Gezien het langdurig verblijf in bewaring en het ontbreken van uitzicht op uitzetting, oordeelde de rechtbank dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig is. De maatregel werd per direct opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding van €2.660 toegekend, berekend vanaf 9 augustus 2005. Tevens werden de proceskosten van €640 aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatigheid en kent een schadevergoeding toe.