ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. Severein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens contra-indicatie openbare orde na voorwaardelijke geldboete
Eiser, van Iraanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier aan op grond van tijdsverloop in de asielprocedure. Verweerder weigerde deze vergunning, omdat eiser tijdens de driejarentermijn veroordeeld is tot een voorwaardelijke geldboete, wat een contra-indicatie vormt volgens het vreemdelingenbeleid. Eiser voerde aan dat artikel 3.77 Vb 2000 een voorwaardelijke geldboete niet mag tegenwerpen en ontkende recente verdenkingen.
De rechtbank overwoog dat artikel 3.77 Vb 2000 niet van toepassing is op ambtshalve beslissingen zoals in deze zaak. De voorwaardelijke geldboete vormt een geldige contra-indicatie voor verlening van de vergunning. Ook recente verdenkingen van strafbare feiten, gepleegd na de driejarentermijn, spelen een rol. De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de gevraagde verblijfsvergunning.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. De rechtbank stelde vast dat verweerder zich redelijk heeft opgesteld en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning regulier wordt geweigerd wegens contra-indicatie door voorwaardelijke geldboete en recente verdenkingen.