ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3506
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na langdurige detentie zonder uitzicht op uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Bosnische nationaliteit, is sinds 17 januari 2005 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De bewaring werd voortgezet ondanks meerdere uitspraken waarin de rechtbank het voortduren niet onrechtmatig achtte. De aanvraag voor een laissez-passer (LP) is echter al meer dan zes maanden in behandeling, zonder dat eiser is gepresenteerd en met onduidelijkheid over de overdracht van de aanvraag van Bonn naar Brussel.
De bewaring vindt plaats op een detentieboot te Rotterdam, waar het regime minder faciliteiten biedt dan een regulier Huis van Bewaring. De rechtbank weegt het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld zwaarder dan het belang van de staat bij voortzetting van de bewaring, mede vanwege de lange duur en het ontbreken van zicht op uitzetting.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring met ingang van de uitspraakdatum en veroordeelt de verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Er wordt geen schadevergoeding toegekend omdat de bewaring niet onrechtmatig werd geacht gedurende de eerdere periode.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens langdurige detentie zonder uitzicht op uitzetting.