ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3548
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opheffing ongewenstverklaring ondanks gezinsleven in Spanje
Eiser is in 1998 ongewenst verklaard en staat sindsdien gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Hij had een Spaanse verblijfsvergunning die niet werd verlengd vanwege deze signalering. Eiser stelde dat de weigering tot opheffing van de ongewenstverklaring een onrechtmatige inmenging vormt in zijn familie- en gezinsleven in Spanje, beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat uit artikel 25, tweede lid, van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst (SUO) geen verplichting voortvloeit voor de Spaanse autoriteiten om af te zien van verlenging van de verblijfsvergunning. De Spaanse autoriteiten beslissen zelfstandig over verlenging op basis van hun nationale wetgeving. Ook de Richtlijn 2001/40/EG verplicht Nederland niet tot het opheffen van de ongewenstverklaring om verlenging mogelijk te maken.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor opheffing volgens het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank vond dat verweerder terecht afzag van het horen van eiser wegens kennelijk ongegrond bezwaar. De inmenging in het gezinsleven is veroorzaakt door de Spaanse autoriteiten en niet door het Nederlandse besluit. Eiser kan zich tegen die inmenging wenden bij de Spaanse autoriteiten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de rechtbank heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.