ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3992
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling met beroep op verblijfsrecht kind
Eiser, een Surinaamse vader van een Nederlands kind, werd in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op uitzetting. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding, stellende dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op grond van het verblijfsrecht van zijn kind volgens artikel 18 EG Pro-verdrag en de jurisprudentie van het Hof van Justitie (Chen-arrest).
De rechtbank overwoog dat het verblijfsrecht van het kind inderdaad inhoudt dat het kind begeleid moet kunnen worden door degene die daadwerkelijk voor het kind zorgt. Echter, nu niet was gesteld of gebleken dat het kind door het vertrek van eiser uit Nederland ieder nuttig effect van zijn verblijfsrecht zou verliezen, kon niet worden aangenomen dat eiser zelf rechtmatig verblijf had.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was toegepast en uitgevoerd en dat de belangenafweging geen reden gaf tot opheffing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De procedure en tenuitvoerlegging voldeden aan de wettelijke vereisten.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.