ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4008
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift verlenging verblijfsvergunning
Eiser, houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, diende op 5 juli 2001 een aanvraag in voor verlenging van deze vergunning. Verweerder wees de aanvraag op 20 juli 2001 af. Eiser stelde dat hij op 22 augustus 2001 tijdig bezwaar had gemaakt, maar verweerder verklaarde het bezwaar bij besluit van 19 november 2004 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn van vier weken startte op 3 augustus 2001 en eindigde op 30 augustus 2001. Het bezwaarschrift werd echter pas op 28 oktober 2003 ontvangen. Het bewijs dat het bezwaar daadwerkelijk op 22 augustus 2001 per post was verzonden, ontbrak, aangezien de enveloppe geen poststempel van TPG Post droeg maar een frankeerstempel van de gemachtigde van eiser, wat volgens vaste jurisprudentie onvoldoende is.
Eisers beroep op het Associatiebesluit 1/80 en het effectiviteitsvereiste van het gemeenschapsrecht faalt omdat de toepasselijke nationale termijnen niet in strijd zijn met het EG-recht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard.