ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing gedoogstatus wegens onvoldoende persoonlijke risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, had een verblijfsvergunning asiel geweigerd gekregen, maar werd gedoogd in Nederland vanwege een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting. Verweerder stelde dat de situatie in Afghanistan was gewijzigd en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico liep op onmenselijke behandeling bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder als een besluit in de zin van de Awb moet worden gezien en dat verweerder de hoorplicht niet had geschonden. Verweerder had het standpunt ingenomen dat eiser's wisselende verklaringen ongeloofwaardig waren en dat hij niet viel onder de risicogroepen die bescherming verdienen volgens het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire 2003/22.
Eiser voerde aan dat hij als ex-Khad medewerker tot een risicogroep behoort en dat verweerder zijn verklaringen onjuist had weergegeven. De rechtbank vond echter dat eiser onvoldoende persoonlijke feiten en omstandigheden had aangevoerd om een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro aannemelijk te maken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met in stand laten van de rechtsgevolgen en veroordeling in proceskosten.