ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitlevering aan Verenigde Staten wegens onvoldoende garanties fundamentele rechten
Eiser vordert primair een verbod op uitlevering aan de Verenigde Staten en subsidiair dat de Staat garanties bedingt dat fundamentele rechten worden gerespecteerd en dat hij niet voor andere feiten dan het uitleveringsverzoek wordt vervolgd.
In een tussenvonnis is de primaire vordering afgewezen, maar is de Staat in de gelegenheid gesteld garanties te bedingen bij de VS. De diplomatieke nota van de Amerikaanse ambassade van 2 september 2005 wordt door de voorzieningenrechter niet als voldoende garantie beschouwd.
De nota bevat algemene bewoordingen over rechten onder de Amerikaanse wetgeving, maar sluit niet uit dat de Military Order van 2001 en aanverwante regelgeving op eiser van toepassing kunnen zijn. Ook ontbreekt een concrete toezegging dat eiser niet in voorlopige hechtenis wordt genomen of bestraft voor andere feiten dan genoemd in het uitleveringsverzoek.
De rechtbank oordeelt dat het verbod op uitlevering toewijsbaar is en dat de Staat de kosten van het geding moet betalen. De Staat wordt vrijgelaten om bij de VS alsnog passende garanties te bedingen en het verzoek opnieuw te laten beoordelen.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitlevering van eiser aan de Verenigde Staten wegens onvoldoende garanties betreffende fundamentele rechten en vervolging voor andere feiten.