ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4271
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsbeneming en toekenning schadevergoeding na mislukte uitzetting vreemdeling
Eiser werd op 17 augustus 2005 in bewaring gesteld na een mislukte uitzettingspoging naar Togo. Tussen de eerdere bewaring die op 14 augustus 2005 eindigde en de nieuwe maatregel was eiser nooit feitelijk vrij. De rechtbank beoordeelde het vreemdelingenrechtelijk voortraject vanaf de terugkeer in Nederland.
De rechtbank stelde vast dat de vrijheidsbeneming tussen het landen op Schiphol en de staandehouding onrechtmatig was, omdat artikel 4.6 Vreemdelingenbesluit 2000 geen juridische basis biedt voor vrijheidsbeneming, maar slechts voor het geven van aanwijzingen. Tevens was de verslaglegging in het proces-verbaal onjuist en de informatievoorziening van verweerder onvoldoende zorgvuldig.
Verweerder kon geen geldige juridische grondslag geven voor de vrijheidsbeneming voorafgaand aan de inbewaringstelling. De staandehouding was bovendien onnodig volgens het beleid. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring per 14 september 2005 en kende eiser een schadevergoeding toe van €1960,-- voor de onrechtmatige vrijheidsbeneming. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming en er wordt schadevergoeding toegekend.