ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4446
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging strafrestant naar Nederland op grond van VOGP en WOTS
Eiser, met de Nederlandse nationaliteit, werd in Costa Rica veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en vier maanden wegens drugshandel. Hij verzocht de Minister van Justitie om zijn straf in Nederland te mogen uitzitten op grond van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (VOGP) en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS).
De Minister weigerde dit verzoek met het argument dat overbrenging slechts eenmaal wordt toegestaan, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn, een beleidslijn die niet schriftelijk is vastgelegd. Eiser stelde dat deze weigering onrechtmatig was en in strijd met het verdrag en de wet, en dat de Minister zijn beleidsregels schriftelijk had moeten vastleggen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Minister een ruime beleidsvrijheid heeft bij de beslissing over overbrenging en dat de rechter slechts terughoudend mag toetsen. De beslissing van de Minister viel binnen deze beleidsvrijheid, ook al was de motivering niet volledig concludent en was het beleid niet schriftelijk vastgelegd. Er was geen sprake van willekeur of schending van rechtszekerheid of rechtsgelijkheid.
Daarom werd het verzoek van eiser afgewezen en werd hij veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het verzoek tot overbrenging van het strafrestant naar Nederland wordt afgewezen vanwege beleidsvrijheid van de Minister.