ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4631
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling verblijfsvergunningaanvraag wegens niet-betaling leges
Eiser, een Bulgaarse vreemdeling, diende op 8 oktober 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder stelde deze aanvraag op 16 maart 2004 buiten behandeling wegens het niet betalen van de verschuldigde leges. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat hij niet tijdig en correct was geïnformeerd over de legesbetaling.
De rechtbank overwoog dat verweerder op 14 oktober 2003 een brief had gestuurd waarin de leges werden opgelegd met een betalingstermijn tot 29 oktober 2003, en dat een kopie van deze brief ook aan de gemachtigde van eiser was verzonden. Hoewel de gemachtigde dit betwistte, achtte de rechtbank de bewijsvoering van verweerder overtuigend, mede op basis van het postregistratiesysteem van de vreemdelingendienst.
Verder stelde de rechtbank vast dat een aanmaning op 27 februari 2004 aan de gemachtigde was gestuurd met een nieuwe betalingstermijn tot 13 maart 2004, wat als een gelegenheid tot herstel van het verzuim in de zin van artikel 4:5 Awb Pro werd gezien. Omdat eiser niet binnen deze termijn betaalde, was het besluit tot buitenbehandelingstelling rechtsgeldig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag voor een verblijfsvergunning is terecht buiten behandeling gesteld wegens niet-betaling van de leges.