ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5070
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Burg
- De Graaff
- Van Daalen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen uitvoer van cocaïne naar Duitsland
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 25 oktober 2005 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die samen met anderen twee keer ongeveer 500 gram cocaïne uitvoerde vanuit Nederland naar Duitsland. De verdachte bestuurde de auto waarin de cocaïne werd vervoerd en handelde uitsluitend uit eigen financieel belang, zonder acht te slaan op de schadelijke effecten van cocaïne.
Tijdens de terechtzitting op 11 oktober 2005 werd de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw, gehoord. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 6 maanden. De verdediging voerde aan dat de opsporingsmaatregelen onvoldoende waren geweest om het transport te voorkomen, maar dit verweer werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en stelde vast dat er geen strafuitsluitingsgronden waren. De straf is passend geacht gezien de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het belang van de volksgezondheid. De verdachte had geen eerdere strafrechtelijke veroordelingen in Nederland. De opgelegde straf is lager dan die van de medeverdachte vanwege zijn kleinere rol.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor medeplegen van uitvoer van cocaïne.