ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5189
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar boetenota 5%-regeling 2003
Eiseres, een onderneming, ontving voor het jaar 2003 een boetenota wegens het niet naleven van de 5%-regeling. Verweerder stelde bij besluit van 14 januari 2005 het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk, omdat het bezwaar niet zou zijn gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar wel degelijk betrekking heeft op de boetenota en dat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Er is geen sprake van te late indiening of andere gebreken.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op opnieuw op het bezwaar te beslissen, met inachtneming van het arrest Salabiaku van het EHRM dat het gebruik van onweerlegbare vermoedens bij het opleggen van bestuurlijke boetes niet verenigbaar is met de rechten van de verdediging.
De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de boetenota is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; het besluit wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen.