ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5191
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechter oordeelt dat eerste ondernemingshandeling in 1997 bron van inkomen vormt
Eiser heeft in 1997 een koopovereenkomst gesloten voor de overname van voorraden, inventaris, machines, immateriële goederen en vijf werknemers van B B.V. Hoewel het faillissement van B B.V. volgde en de overeenkomst werd ontbonden, heeft de rechtbank geoordeeld dat deze handelingen een eerste ondernemingshandeling vormen. Hierdoor is sprake van een onderneming in de zin van artikel 6 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964.
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 omdat hij schadevergoeding en advocaatkosten wilde aftrekken. Verweerder stelde dat eiser geen onderneming dreef en geen bron van inkomen had. De rechtbank verwierp dit verweer, mede omdat eiser aannemelijk maakte dat hij het oogmerk had een onderneming te beginnen en voordeel te behalen.
De rechtbank stelde vast dat het financieringsvoorbehoud dat eiser aanvoerde niet was bewezen. Ook de stelling dat eiser te laat actie ondernam om de overname te financieren, leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de aanslag vast op een lager belastbaar inkomen. Het griffierecht werd aan eiser vergoed.
De uitspraak is op 22 september 2005 in het openbaar uitgesproken door rechter J.P.F. Slijpen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt de aanslag inkomstenbelasting 2003 vast op een belastbaar inkomen van € 20.470.