ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5204
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging en zorgvuldigheid
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, is ongewenst verklaard door verweerder op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000. Zij heeft hiertegen bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. Verzoekster heeft een zeer problematisch verleden met ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vanwege mishandeling, een psychiatrische stoornis, zwakbegaafdheid en is slachtoffer van incest. Zij verbleef legaal in Nederland vanaf haar vijfde tot meerderjarigheid.
De voorzieningenrechter constateert dat verweerder bij de belangenafweging onvoldoende rekening heeft gehouden met deze persoonlijke omstandigheden en de ingrijpende gevolgen van de ongewenstverklaring voor verzoekster. De voorbereiding van het besluit is daarom onzorgvuldig en strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen tien weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar het primaire besluit wordt geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Hoger beroep is mogelijk tegen de uitspraak op het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd vanwege onvoldoende belangenafweging en onzorgvuldige voorbereiding.