ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5266
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ongewenstverklaring nationale veiligheid
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, werd door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie ongewenst verklaard wegens een gevaar voor de nationale veiligheid en het belang van de internationale betrekkingen van Nederland. Verzoeker had geen rechtmatig verblijf en had beroep ingesteld tegen de ongewenstverklaring.
Verzoeker verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening die de uitzetting zou verbieden totdat op het beroep was beslist, met als argument dat hij zijn strafzaak in Nederland wilde bijwonen. De rechtbank oordeelde dat het enkel beroep tegen de ongewenstverklaring geen recht op verblijf oplevert en dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat uitzetting zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter erkende het belang van het bijwonen van de strafzaak, maar vond dit onvoldoende zwaarwegend om het belang van nationale veiligheid te overrulen. Tevens werd overwogen dat de uitzetting tijdelijk kan worden opgeschort zodat verzoeker alsnog zijn strafzaak kan bijwonen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ongewenstverklaring nationale veiligheid is afgewezen.