ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5463
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden en terugvordering te veel ontvangen bijstand
Eiser ontving bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) vanaf oktober 1997. Verweerder trok het recht op bijstand voor de periode van 1 juni 1999 tot en met 30 november 2000 in, omdat eiser niet had gemeld dat hij in die periode werkzaamheden verrichtte bij een bedrijf. Tevens werd de te veel ontvangen bijstand teruggevorderd.
Eiser betwistte dat hij in die periode werkte en voerde tegenstrijdigheden aan in getuigenverklaringen. De rechtbank achtte op basis van meerdere getuigenverklaringen en een bijzonder onderzoek aannemelijk dat eiser wel degelijk werkzaamheden verrichtte die hij niet had opgegeven, waardoor hij zijn inlichtingenplicht schond.
Omdat eiser geen controleerbare gegevens kon overleggen over de inkomsten en volhardde in zijn ontkenning, kon niet worden vastgesteld dat hij recht had op bijstand. Verweerder was daarom terecht gehouden de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De rechtbank vond het terugvorderingsbedrag juist en zag geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand en terugvordering wordt bevestigd.