ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5468
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding rechtsbijstand wegens verjaring na laatste cliëntcontact
Eiser diende op 11 maart 2004 een aanvraag in voor vergoeding van rechtsbijstand verleend aan een cliënt in een zaak over aansprakelijkheid op grond van artikel 31 Wegenverkeerswet Pro. Het bureau rechtsbijstandvoorziening wees de aanvraag af wegens verjaring, een beslissing die door verweerder werd bevestigd na administratief beroep. Eiser stelde dat de vergoeding niet verjaard was omdat hij in 2000 nog dossieronderzoek verrichtte, wat volgens hem de rechtsbijstand verlengde.
De rechtbank stelde vast dat de zaak een advieszaak betrof, waarbij het laatste juridisch inhoudelijke contact met de cliënt bepalend is voor het einde van de rechtsbijstand. Uit de urenstaat bleek dat dit contact op 15 april 1998 was, en dat nader dossieronderzoek in 2000 niet als juridisch inhoudelijk contact geldt. Het beleid van verweerder, dat een termijn van vijf jaar geldt vanaf 31 december van het jaar waarin de rechtsbijstand eindigde, werd als redelijk beoordeeld.
Omdat de aanvraag pas in 2004 werd ingediend, was de vijfjaarsverjaringstermijn verstreken. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde niet tot proceskosten. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vergoeding voor rechtsbijstand is verjaard en het beroep wordt ongegrond verklaard.