ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5612
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking wegens onvoldoende motivering over staatloosheid en artikel 3 EVRM bij asielaanvraag
Verzoekster, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in namens zichzelf en haar minderjarige zoon, die staatloos is. Verweerder wees de aanvraag af met het argument dat verzoekster geen persoonlijke problemen had ondervonden van Syrische autoriteiten en dat bij terugkeer alleen de standaardprocedure zou gelden. Verzoekster stelde dat de staatloosheid van haar kind en de gevolgen daarvan onvoldoende waren meegewogen, en dat zij vreest voor eerwraak en onhoudbare omstandigheden bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte niet voldoende is ingegaan op de stellingen over de staatloosheid en de mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro. De beoordeling van staatloosheid in het kader van artikel 3 EVRM Pro vereist een andere motivering dan het reguliere staatlozenbeleid. De afwijzing is daarom onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 Awb Pro.
Verder werd geoordeeld dat de vrees voor eerwraak onvoldoende aannemelijk was gemaakt en dat economische motieven geen grond voor asiel vormen. De rechtbank vernietigde de beschikking en droeg verweerder op opnieuw te beslissen op de asielaanvraag, met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering en draagt verweerder op opnieuw te beslissen.