ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5692
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank inzake sociale voorzieningen KNIL-militairen
Eiser, als nagelaten betrekking van een gewezen militair van het voormalig Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om toekenning van sociale voorzieningen zoals die golden voor militair personeel van het KNIL in 1949 en 1950. Na afwijzing van zijn bezwaar en beroep bij de rechtbank 's-Gravenhage, verzocht eiser tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vader van eiser geen gewezen ambtenaar is in de zin van de Militaire Ambtenarenwet (MAW) omdat hij niet in Nederlandse openbare militaire dienst werkzaam is geweest. Hierdoor is artikel 4 van Pro de MAW niet van toepassing en is de rechtbank 's-Gravenhage niet bevoegd om over de zaak te oordelen.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de rechtbank zelf, waarin werd bevestigd dat KNIL-militairen niet onder de MAW vallen. De voorzieningenrechter verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening door naar de rechtbank Arnhem, die wel bevoegd is.
Tenslotte werd opgemerkt dat tegen deze uitspraak hoger beroep openstaat bij de Centrale Raad van Beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst het beroep en verzoek om voorlopige voorziening door naar de rechtbank Arnhem.