ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank inzake sociale voorzieningen KNIL-militairen
Eiser, als nagelaten betrekking van een gewezen KNIL-militair, verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om sociale voorzieningen zoals die golden voor militair personeel van het KNIL in 1949 en 1950. Na een niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar door verweerder, stelde eiser beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechtbank 's-Gravenhage niet bevoegd was om over de zaak te oordelen, omdat de vader van eiser niet als militair ambtenaar in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (MAW) werd beschouwd. Dit volgt uit het feit dat de vader als KNIL-militair niet in Nederlandse openbare militaire dienst werkzaam was geweest.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de rechtbank zelf, waarin werd bevestigd dat besluiten op grond van de MAW alleen betrekking hebben op militairen die onder de wet vallen. De voorzieningenrechter besloot daarom het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening door te zenden naar de bevoegde rechtbank Almelo. Tevens wees hij op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst het beroep door naar de bevoegde rechtbank Almelo.