ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie na echtscheiding en beëindiging samenwoning
De vrouw en man zijn gehuwd geweest en gescheiden bij beschikking van 19 juli 2004, waarbij het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie van € 1.000,00 per maand werd afgewezen. De vrouw verzocht de rechtbank de alimentatie alsnog vast te stellen met ingang van 8 november 2004, omdat zij haar samenwoning met haar partner per 1 oktober 2004 had beëindigd. De man voerde verweer en stelde dat de samenwoning slechts tijdelijk was onderbroken en dat de vrouw samenleefde als ware zij gehuwd volgens artikel 1:160 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw op 8 november 2004 zelfstandig woonruimte huurde en dat de man onvoldoende bewijs had geleverd dat sprake was van samenwonen in de zin van artikel 1:160 BW Pro. De rechtbank verklaarde de vrouw ontvankelijk en wees het verzoek van de man af om te verklaren dat de vrouw samenleefde als ware zij gehuwd.
De rechtbank beoordeelde vervolgens de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man. Gezien het inkomen van de vrouw rond bijstandsniveau en haar onvermogen om haar werkzaamheden uit te breiden, achtte de rechtbank de gevraagde alimentatie redelijk. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van zijn bruto inkomen en een draagkrachtpercentage van 52,5%. Gezien de co-ouderschapsregeling en fiscale gevolgen bepaalde de rechtbank de partneralimentatie op € 974,00 per maand, ingaande 8 april 2005. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De man moet vanaf 8 april 2005 maandelijks € 974,00 partneralimentatie aan de vrouw betalen.