ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5781
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen weigering ambtshalve verlenging verblijfsvergunning
Eisers, allen naar gesteld staatloos, hebben meerdere aanvragen ingediend voor verlening van verblijfsvergunningen onder de beperking klemmende redenen van humanitaire aard en verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Na afwijzing van hun aanvragen en ongegrondverklaring van bezwaren, verklaarde de rechtbank Zwolle in 2004 de beroepen gegrond en vernietigde de eerdere besluiten, waarna aan eisers vergunningen werden verleend met terugwerkende kracht.
Eisers vorderden vervolgens ambtshalve verlenging van hun verblijfsvergunningen onder de beperking voortgezet verblijf, stellende dat deze verlenging vanaf een bepaalde datum had moeten plaatsvinden. Verweerder stelde dat ambtshalve verlenging niet mogelijk was omdat de gevraagde verblijfsvergunning niet viel onder de limitatief opgesomde gevallen in artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid tot ambtshalve verlening van verblijfsvergunningen beperkt is en dat de gevraagde wijziging niet onder deze bevoegdheid valt. Hoewel in zeer bijzondere gevallen van het beleid kan worden afgeweken, was verweerder niet gehouden om ambtshalve tot verlenging over te gaan op basis van de beschikbare informatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Tenslotte wees de rechtbank erop dat eisers inmiddels een aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf hebben ingediend, en dat zij op dat moment de gewenste vergunning kunnen verkrijgen. De rechtbank veroordeelde geen partij in de proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van ambtshalve verlenging van verblijfsvergunningen werden ongegrond verklaard.