ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5956
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank in zaak sociale voorzieningen voormalig KNIL-militair
Eiser, als nagelaten betrekking van een voormalig KNIL-militair, verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om sociale voorzieningen zoals die golden voor militair personeel van het KNIL in 1949 en 1950. Na een niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar door verweerder, stelde eiser beroep in bij de rechtbank ’s-Gravenhage en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechtbank ’s-Gravenhage niet bevoegd is omdat de grootvader van eiser in zijn hoedanigheid van KNIL-militair niet als gewezen militair ambtenaar in de zin van de Militaire Ambtenarenwet (MAW) kan worden beschouwd. Dit volgt uit de definitie in de MAW, die alleen militairen in Nederlandse openbare militaire dienst omvat.
De voorzieningenrechter verwees naar eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de rechtbank waarin dit standpunt werd bevestigd. Gevolg is dat eiser geen rechtsingang heeft bij de rechtbank ’s-Gravenhage en dat zijn beroepschrift en verzoek om voorlopige voorziening worden doorgezonden naar de rechtbank Amsterdam, die wel bevoegd is.
Tenslotte wees de voorzieningenrechter erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep openstaat bij de Centrale Raad van Beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank ’s-Gravenhage verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Amsterdam.