ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6027
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting van vreemdelingenbewaring na brand in detentiecentrum
Eiser, een vreemdeling van Iraanse nationaliteit, werd op 4 oktober 2005 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Na een brand in het detentiecentrum Schiphol-Oost in de nacht van 26 op 27 oktober 2005, werd de geplande uitzetting van eiser geannuleerd en de bewaring omgezet naar artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat deze omzetting in beginsel gerechtvaardigd was vanwege de noodsituatie en het dreigen expireren van de vierweekstermijn, maar dat de bewaring niet voortgezet mocht worden zolang niet duidelijk was of een spoedige uitzetting mogelijk was. De minister had aangegeven het onderzoek van de technische recherche af te wachten, maar het bleef onduidelijk of en wanneer uitzetting zou plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat de omzetting van de bewaringgrond daarom niet toegestaan was en dat de bewaring per 9 november 2005 opgeheven moest worden. Tevens werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €630,- voor de onrechtmatige bewaring en tot betaling van proceskosten van €644,- aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank hechtte het beroep toe, hief de bewaring op en kende een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige voortzetting van bewaring.