ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging eenhoofdig gezag vader over minderjarige wegens gewijzigde omstandigheden
De vader verzoekt de rechtbank om het gezag over zijn minderjarige kind eenhoofdig aan hem toe te kennen, omdat de omstandigheden sinds de vorige beschikking zijn gewijzigd. De minderjarige woont sinds juni 2001 bij de vader en is sinds juni 2002 officieel op zijn adres ingeschreven. De moeder heeft sinds die tijd weinig tot geen contact met het kind gehad, en sinds de zomer van 2004 is er zelfs helemaal geen contact meer. De verblijfplaats van de moeder is onbekend nadat zij wegens financiële problemen, vermoedelijk veroorzaakt door drugsgebruik, uit haar woning is gezet.
De vader heeft tijdens de zitting verklaard dat hij vrijwel de gehele verzorging en opvoeding van de minderjarige heeft verzorgd, ook tijdens zijn relatie met de moeder. Hij wenst het eenhoofdig gezag om zelfstandig belangrijke beslissingen te kunnen nemen, zoals het aanvragen van een paspoort. De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden inderdaad zijn gewijzigd en dat het in het belang van de minderjarige is dat de vader het gezag krijgt.
De rechtbank wijst het verzoek toe, met dien verstande dat het gezag niet met terugwerkende kracht vanaf de datum van het verzoek wordt toegekend, maar vanaf het moment dat de beschikking in kracht van gewijsde treedt. De moeder is niet verschenen ondanks behoorlijke oproeping. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de vader over de minderjarige, met ingang van de datum dat de beschikking in kracht van gewijsde treedt.