ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6478

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
18 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
09/757152-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs in strafzaak

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het bij dagvaarding primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Het onderzoek vond plaats tijdens zittingen op 7 oktober 2005 en 4 november 2005. Tijdens de procedure was verdachte niet verschenen en werd verstek verleend. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 8 maanden.

Een belangrijke getuige verklaarde dat hij op 9 februari 2005 vrijwillig met verdachte en medeverdachten was meegegaan vanwege een schuldverantwoordelijkheid. Op basis van het onderzoek en de getuigenverklaring achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De raadsman van verdachte had bovendien verklaard niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om verdachte te verdedigen.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Dit vonnis werd uitgesproken op 18 november 2005 door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage, onder voorzitterschap van H.H.J. Knol en met medewerking van rechters H.M.D. de Jong en W.J. Don.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE KAMER
(VONNIS)
parketnummer 09/757152-05
's-Gravenhage, 18 november 2005
De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 7 oktober 2005 en 4 november 2005.
De raadsman van verdachte mr A.B. Baumgarten, advocaat te 's-Gravenhage, heeft ter terechtzitting van 7 oktober 2005 verklaard door verdachte niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om verdachte te verdedigen.
Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.
De officier van justitie mr R.E.I. Steen heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
De telastlegging.
Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopieën van de dagvaarding, gemerkt A1 en A2.
Vrijspraak.
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding primair en subsidiair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
De rechtbank acht het primair en subsidiair telastgelegde met name niet bewezen, omdat [getuige] op 20 september 2005 als getuige bij de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, heeft verklaard, dat hij op 9 februari 2005 vrijwillig is meegegaan met verdachte en zijn medeverdachten, omdat hij zich verantwoordelijk voelde voor de aflossing van zijn schuld.
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding primair en subsidiair telastgelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs H.H.J. Knol, voorzitter,
H.M.D. de Jong en W.J. Don, rechters,
in tegenwoordigheid van J.C.L.M. Groot, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 november 2005.