ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6559
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting grensdetentie door ontbrekende plaatsingsbeschikking na brand
Eiser, een Keniaanse vreemdeling, werd op 14 oktober 2005 de toegang tot Nederland geweigerd en op 15 oktober 2005 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een brand in het Uitzetcentrum Schiphol-Oost in de nacht van 26 op 27 oktober 2005 werd eiser overgeplaatst naar de Detentieboot te Rotterdam. Gedurende de periode van 27 oktober tot 1 november 2005 ontbrak echter een formeel besluit waarin eiser werd verplicht zich op te houden op een plaats waar de vrijheidsontnemende maatregel ten uitvoer kon worden gelegd.
Verweerder voerde overmacht aan vanwege de brand en de noodzaak om circa 270 personen snel te verplaatsen. De rechtbank erkende deze bijzondere omstandigheden, maar stelde vast dat verweerder geen bijzondere inspanningen had verricht om de periode zonder rechtsgrond zo kort mogelijk te houden. Hierdoor was de voortzetting van de detentie onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval de opheffing van de maatregel met ingang van 9 november 2005. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige en correcte besluitvorming bij vrijheidsontnemende maatregelen, ook in noodsituaties.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de voortzetting van de detentie zonder geldige plaatsingsbeschikking wordt onrechtmatig verklaard.