ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6561
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- G.M. Meijer - Campfens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning Noord-Koreaanse verzoekster wegens onvoldoende onderzoek nationaliteit Zuid-Korea
Verzoekster, van Noord-Koreaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland nadat zij vluchtte vanwege strafbaarstelling van ongehuwd zwanger zijn in Noord-Korea en traumatische ervaringen tijdens haar vlucht. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees haar aanvraag af op grond van de veronderstelling dat zij ook de Zuid-Koreaanse nationaliteit bezit en zich zonder problemen in Zuid-Korea kan vestigen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de nationaliteitswetgeving van Zuid-Korea niet eenduidig is over het bezit van dubbele nationaliteit en dat de IND onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vraag of verzoekster daadwerkelijk aanspraak kan maken op Zuid-Koreaanse nationaliteit en vestigingsrecht. Tevens wees een rapport van Human Rights Watch uit 2002 uit dat Noord-Koreanen niet automatisch als onderdanen in Zuid-Korea worden toegelaten.
Gezien de complexiteit van de materie en het ontbreken van algemene ambtsberichten over Noord- en Zuid-Korea achtte de voorzieningenrechter het onredelijk om van verzoekster te verlangen dat zij binnen de korte proceduretermijn kon aantonen dat zij niet in Zuid-Korea wordt toegelaten. Daarom werd het besluit van de IND vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Het beroep werd gegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de Zuid-Koreaanse nationaliteit en vestigingsmogelijkheden.