ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6572
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Bevel tot plaatsing in tbs-kliniek na overschrijding wachttermijn
Eiser is sinds 26 juli 2003 gedetineerd en in september 2004 veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf met tbs met verpleging. Na het ondergaan van een deel van zijn straf staat hij sinds eind september 2004 als tbs-passant op de wachtlijst voor een tbs-kliniek, met een gemiddelde wachttijd van vijftien maanden. Eiser vordert in kort geding onmiddellijke plaatsing in een tbs-kliniek of anders onmiddellijke vrijlating.
De rechtbank overweegt dat een wachttermijn van zes maanden of langer in strijd is met artikel 5 lid 1 EVRM Pro, zoals bevestigd door het EHRM in Brand/Nederland. Aangezien eiser bijna veertien maanden wacht, handelt de Staat onrechtmatig door hem niet te plaatsen. Echter, onmiddellijke plaatsing is niet zonder meer toewijsbaar omdat ook andere wachtenden belangen hebben en eiser geen bijzondere voorrangsgronden heeft gesteld.
De Staat geeft aan dat plaatsing in de tweede week van januari 2006 mogelijk is. De rechtbank beveelt daarom eiser uiterlijk dan te plaatsen en wijst de vordering tot onmiddellijke vrijlating af. Elke partij draagt de eigen proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en uitgesproken op 22 november 2005.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Staat om eiser uiterlijk in de tweede week van januari 2006 te plaatsen in een tbs-kliniek en wijst onmiddellijke vrijlating af.