ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6819
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatigheid na vier maanden en toekenning schadevergoeding
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, werd op 7 juli 2005 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na diverse eerdere ongegronde beroepen tegen de bewaring, werd op 17 november 2005 het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontneming behandeld. De rechtbank constateerde dat er zicht was op uitzetting van eiseres, mede doordat Nigeriaanse autoriteiten een laissez passer hadden toegezegd en er een claim bij Italiaanse autoriteiten liep.
De rechtbank overwoog dat de bewaring feitelijk ook de vrijheid van het zeer jonge kind van eiseres beperkte, wat maatschappelijk ongewenst is. Volgens vaste jurisprudentie weegt na zes maanden het belang van de vreemdeling zwaarder dan dat van de overheid, maar in dit geval vond de rechtbank dat deze belangenafweging al na vier maanden in het voordeel van eiseres moest uitvallen.
Omdat niet was gebleken dat eiseres het onderzoek naar haar identiteit belemmerde, was voortzetting van de bewaring na vier maanden niet langer redelijk gerechtvaardigd. De rechtbank besloot daarom de bewaring op te heffen met ingang van 17 november 2005 en kende een schadevergoeding van €700 toe voor de periode van 7 tot en met 16 november 2005 wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op na vier maanden en kent eiseres een schadevergoeding van €700 toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.