ECLI:NL:RBSGR:2005:AU7313
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nihilstelling kinderalimentatie en omgangsregeling niet vastgesteld
De man verzocht de rechtbank om de kinderbijdrage vanaf 1 januari 2005 op nihil te stellen, subsidiair op een lager bedrag, wegens gewijzigde omstandigheden waaronder een lager inkomen. Tevens verzocht hij om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. De rechtbank oordeelde dat de huidige alimentatie van €279,49 per maand redelijk en billijk is, mede gelet op zijn draagkracht en fiscale gevolgen, en wees het verzoek tot verlaging af.
Ten aanzien van de omgangsregeling stelde de rechtbank vast dat de man niet de juridische vader is omdat hij het kind niet heeft erkend. Zijn verzoek moest daarom beoordeeld worden op grond van artikel 1:377f BW, dat betrekking heeft op omgang met een niet-ouder. De man slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er een nauwe persoonlijke band bestaat die kan worden aangemerkt als family life in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Daarom werd hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot omgang.
De rechtbank nam ook de financiële situatie van de man in ogenschouw, waaronder zijn inkomen uit dienstverband en extra inkomsten, de woonlasten, ziektekosten en schulden. De vrouw betwistte de beperkte draagkracht van de man en stelde dat zijn verdiencapaciteit hoger is. De rechtbank achtte het redelijk rekening te houden met extra inkomsten, maar wees schulden toe aan de echtgenote en hield deze buiten beschouwing. De rechtbank benadrukte het belang van goede communicatie bij eventuele toekomstige omgangsregelingen.
Uitkomst: Het verzoek tot nihilstelling van de kinderalimentatie wordt afgewezen en de man wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.