ECLI:NL:RBSGR:2005:AU7344
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring na brand in uitzetcentrum Schiphol
Eiser werd op 27 oktober 2005 in bewaring gesteld in het uitzetcentrum Schiphol met het oog op uitzetting naar Nigeria op 28 oktober 2005. Deze uitzetting werd geannuleerd vanwege een brand in het centrum. Verweerder stelde dat alle documenten voor uitzetting aanwezig waren, maar dat uitzetting was opgeschort totdat eiser gehoord zou zijn in het onderzoek naar de brand. De rechtbank oordeelde dat voortzetting van bewaring uitsluitend vanwege dit onderzoek niet verenigbaar is met artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat bewaring slechts ter fine van uitzetting mag worden toegepast.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring sinds 11 november 2005 onrechtmatig was en beval onmiddellijke opheffing per 17 november 2005. Tevens werd een schadevergoeding van €420 toegekend voor zes dagen onrechtmatige bewaring en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €644. De uitspraak benadrukt dat overmacht door de brand en het onderzoek geen rechtvaardiging biedt voor voortgezette bewaring zonder uitzicht op uitzetting.
Het beroep werd gegrond verklaard, waarmee de maatregel van bewaring werd opgeheven en de Staat der Nederlanden aansprakelijk werd gehouden voor de schadevergoeding en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open, met uitzondering van het schadevergoedingsbesluit.
Uitkomst: Bewaring werd onrechtmatig geacht en per direct opgeheven; eiser kreeg schadevergoeding en proceskosten toegekend.