ECLI:NL:RBSGR:2005:AU7348
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting vreemdeling na brand uitzetcentrum
Eiser, een vreemdeling met een geldig nationaal paspoort, werd op 4 november 2005 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was bedoeld om zijn uitzetting te effectueren. Echter, door een brand in het uitzetcentrum Schiphol was er slechts beperkte capaciteit in het uitzetcentrum, waardoor eiser niet kon worden geplaatst en uitgezet.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende voortvarendheid betrachtte bij de uitzetting, aangezien geen termijn kon worden gegeven waarbinnen plaatsing in het uitzetcentrum mogelijk zou zijn. Verweerder beriep zich op overmacht door de brand, maar de rechtbank vond dat dit niet rechtvaardigde dat eiser voor onbepaalde tijd van zijn vrijheid werd beroofd terwijl hij op korte termijn kon terugkeren.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de bewaring onredelijk was en verklaarde het beroep gegrond. De maatregel werd met ingang van 17 november 2005 opgeheven. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting na brand in uitzetcentrum.