ECLI:NL:RBSGR:2005:AU7466
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wegens wezenlijk Nederlands economisch belang
Eiseres, een Nieuw-Zeelandse kapster en visagiste, vroeg op 19 mei 1999 een verblijfsvergunning aan voor zelfstandige arbeid. De minister weigerde dit meerdere malen, waarbij vijf adviezen van de Douane namens de Minister van Economische Zaken werden ingewonnen die telkens concludeerden dat geen wezenlijk Nederlands economisch belang werd gediend.
Eiseres voerde aan dat de Douane niet deskundig was om haar innovatieve bedrijfsactiviteiten te beoordelen en dat de adviezen onvoldoende inzicht boden in de gebruikte bronnen. De rechtbank constateerde dat de adviezen niet deugdelijk waren gemotiveerd en dat de Douane-brancheorganisaties geen objectief oordeel konden geven.
Gezien de langdurige procedure, eerdere vernietigingen van besluiten, en het ontbreken van nieuwe inzichten achtte de rechtbank het niet meer bestuurlijk behoorlijk om opnieuw advies te vragen. Op basis van de overgelegde aanbevelingsbrieven concludeerde de rechtbank dat het economische belang wel aanwezig is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat aan eiseres een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend met ingang van 1 januari 2002. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt verlening van de verblijfsvergunning met ingang van 1 januari 2002.