ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L.M. Kos
- R.H.M. Bruin
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning asiel wegens vervolging Taliban en humanitaire redenen
Eisers, beiden van Afghaanse nationaliteit, vroegen op 27 september 2000 asiel aan in Nederland. Eiser werd door de Taliban herhaaldelijk bedreigd en ronseling voor militaire dienst ontlopen, wat hem als politiek tegenstander van de Taliban positioneerde. De rechtbank achtte aannemelijk dat hij ten tijde van de aanvraag voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning asiel op grond van politieke vervolging.
De situatie in Afghanistan was inmiddels veranderd, maar dit deed niet af aan het recht van eiser op asiel vanaf de datum van aanvraag. Daarnaast werd aan de zoon van eiseres wegens zijn medische situatie een verblijfsvergunning verleend, en de rechtbank oordeelde dat de psychische klachten van eiseres in combinatie met de zorg voor haar zoon een klemmende humanitaire reden vormden om haar ook een verblijfsvergunning toe te kennen.
Verweerder had de aanvragen aanvankelijk afgewezen, maar de rechtbank vernietigde deze besluiten en beval verlening van verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd met ingang van de aanvraagdatum en voor onbepaalde tijd vanaf 27 september 2003. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eisers worden toegelaten tot Nederland met verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd vanaf aanvraagdatum en onbepaalde tijd vanaf 27 september 2003.