ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9148
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling wegens frustratie door moeder en belangen minderjarigen
De rechtbank behandelt het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen. Eerder waren diverse begeleide omgangscontacten vastgesteld, maar de moeder werkte herhaaldelijk niet mee, wat leidde tot frustratie van de omgang.
Ondanks toezeggingen van de moeder om mee te werken, weigerde zij feitelijk de omgangscontacten te faciliteren. De kinderen uitten tegenstrijdige gevoelens over de omgang, waarbij de oudste minderjarige aangaf de vader niet te willen zien, mede ingegeven door negatieve verhalen van de moeder. Deskundigen concludeerden echter dat er geen contra-indicatie is voor omgang met de vader.
De rechtbank oordeelt dat het, gezien de voortdurende weigering van de moeder en de spanningen die dit veroorzaakt bij de kinderen, niet in het belang van de minderjarigen is om onder de huidige omstandigheden een omgangsregeling vast te stellen. Het verzoek van de vader wordt afgewezen, met de aanbeveling om te wachten tot de kinderen ouder en weerbaarder zijn.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om een omgangsregeling wordt afgewezen vanwege de frustratie door de moeder en het belang van de minderjarigen.