ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9592
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opschorting ongewenstverklaring en wedertoelating vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling met verblijfsvergunning en gehuwd met een Nederlandse partner, werd ongewenst verklaard en uit Nederland uitgezet terwijl een voorlopige voorziening tot opschorting van uitzetting van kracht was. De rechtbank constateert dat de uitzetting in strijd is met een eerdere uitspraak die de uitzetting tot vier weken na bezwaarbeslissing verbood.
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de ongewenstverklaring en een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen. Ondanks deze voorziening werd verzoeker op 3 oktober 2005 uitgezet. Verweerder erkende de overtreding maar weigerde wedertoelating en schadevergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek tot wijziging van de voorlopige voorziening ontvankelijk is en dat het belang van verzoeker prevaleert. Er is geen ruimte voor belangenafweging zoals verweerder betoogt. De rechtbank beveelt opschorting van de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring tot vier weken na bezwaarbeslissing en gelast wedertoelating binnen een redelijke termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek tot opschorting ongewenstverklaring en gelaste wedertoelating wordt toegewezen, met veroordeling in proceskosten.