ECLI:NL:RBSGR:2005:AV0384
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap en familierechtelijke afstamming volgens Braziliaans recht
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de bijzonder curator tot ontkenning van het vaderschap van [man 1] ten aanzien van twee minderjarige kinderen, geboren in Brazilië. De curator stelde dat de echtscheiding tussen de vrouw en [man 1] eerder had plaatsgevonden dan aanvankelijk aangenomen, waardoor de kinderen niet binnen het huwelijk geboren zouden zijn en dus niet als wettige kinderen van [man 1] kunnen worden beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat Braziliaans recht van toepassing is op de familierechtelijke afstamming. Volgens dit recht geldt dat kinderen geboren meer dan 300 dagen na de gerechtelijke scheiding niet als uit het huwelijk geboren worden beschouwd. Uit bewijsstukken bleek dat de gerechtelijke scheiding op 27 september 1990 was uitgesproken en onherroepelijk werd op 29 november 1990. De kinderen zijn na deze termijn geboren, waardoor zij niet wettig aan [man 1] kunnen worden toegerekend.
Verder is op de geboorteakten van de kinderen [man 2] als vader vermeld, wat volgens Braziliaans recht doorslaggevend is tenzij vergissing of valsheid wordt bewezen. De rechtbank concludeerde dat [man 2] als wettige vader moet worden beschouwd en wees het primaire verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [man 1] af wegens gebrek aan belang.
De rechtbank hield de zaak pro forma aan voor het subsidiaire verzoek en verzocht de bijzonder curator zich uit te laten over het belang daarvan en eventueel instemmingsverklaringen van de vrouw en [man 1 te overleggen].
Uitkomst: Het primaire verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [man 1] is afgewezen; de zaak wordt pro forma aangehouden voor het subsidiaire verzoek.