ECLI:NL:RBSGR:2005:AV1889
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verblijfsvergunningen wegens motiveringsgebrek en mvv-vereiste
Eisers, allen van Soedanese nationaliteit, dienden aanvragen in voor verblijfsvergunningen voor medische behandeling en verblijf bij ouders. Verweerder wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingscriteria. Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet alle ingediende bezwaarschriften heeft meegewogen, wat een motiveringsgebrek oplevert in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het Bureau Medische Advisering (BMA) niet de relevante vraag had beantwoord of eiseres 1 in staat was om in het land van herkomst de behandeling af te wachten, terwijl dit volgens beleid wel vereist was. Dit leidde tot een onvolledige motivering van het besluit. Omdat de aanvragen van de overige eisers afhankelijk waren van die van eiseres 1, konden ook hun besluiten niet in stand blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen voor de vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen, wijst het beroep toe en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.