ECLI:NL:RBSGR:2005:AV2101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens medische behandeling in Iran
Eiser, een Iraanse drugsverslaafde, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier onder beperking medische behandeling. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en verweerder meende dat eiser in staat was de behandeling van de mvv-aanvraag in Iran af te wachten. De rechtbank onderzocht het BMA-advies waarin werd aangegeven dat de behandeling in Iran bestaat uit algehele onthouding zonder onderhoudsmedicatie, wat voor eiser een acute medische noodsituatie kan veroorzaken.
Verweerder stelde dat de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in Iran niet relevant was en dat behandeling mogelijk is, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet redelijk was gezien het BMA-advies. De rechtbank concludeerde dat eiser niet geacht kan worden de behandeling in Iran af te wachten en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en in strijd met het motiveringsbeginsel.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.