ECLI:NL:RBSGR:2005:AV2109
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verblijfsvergunning geweigerd ondanks toezegging en humanitaire gronden
Eiser, een Congolese burger, verzocht in 1999 om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Verweerder wees dit af op basis van het driejarenbeleid en een eerdere veroordeling wegens fraude. Eiser voerde aan dat hem een vergunning was toegezegd indien zijn paspoort authentiek bleek, wat bevestigd werd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inzichtelijk had gemaakt waarom de aanvraag werd afgewezen en dat de genoemde redenen geen grond voor vergunning waren. Echter, de toezegging door een medewerker van de vreemdelingenpolitie werd toegerekend aan verweerder, waardoor sprake was van een gerechtvaardigde verwachting.
Verweerder handelde daardoor in strijd met het rechtsbeginsel van gerechtvaardigde verwachtingen door de vergunning te weigeren. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de weigering van de vergunning wegens tijdsverloop betrof. De rechtbank vernietigde dit deel van het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.M. van Schuijlenburg op 11 oktober 2005 te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de weigering van een verblijfsvergunning wegens tijdsverloop betreft en het besluit wordt vernietigd voor dat onderdeel.