ECLI:NL:RBSGR:2005:AV7175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging van besluit inzake verlenging verblijfsvergunning wegens twijfel aan taalanalyse
Eiser, een Soedanese nationaliteit, verzocht om verlenging van zijn voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Verweerder wees dit af op grond van een taalanalyse die de herkomst en etniciteit van eiser in twijfel trok, met name dat hij niet tot de Nuba-bevolkingsgroep zou behoren. Eiser voerde aan dat de taalanalyse onzorgvuldig was en onjuistheden bevatte, waaronder een foutieve vermelding van zijn stam en onvoldoende rekening houden met het feit dat Arabisch een officiële taal is in zijn regio.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gereageerd op deze concrete aanknopingspunten en dat de taalanalyse niet zonder nadere motivering als doorslaggevend had mogen gelden. De onjuistheid in het rapport en het ontbreken van een contra-expertise rechtvaardigden twijfel aan de juistheid van de taalanalyse.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het rapport had kunnen baseren en dat het bestreden besluit in strijd was met de motiveringsplicht. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,00. Tegen het deel van de uitspraak dat betrekking heeft op de verlenging van de vvtv staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verlenging van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en twijfel aan de taalanalyse.