ECLI:NL:RBSGR:2005:AX5890
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielverzoek Eritrese minderjarige wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige procedure
Verzoekster, een minderjarige van Eritrese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na het verlaten van haar land vanwege de arrestatie van haar moeder vanwege het Pinkstergeloof. De Immigratie- en Naturalisatiedienst wees haar aanvraag af op grond van de ac-procedure, waarbij verweerder stelde dat verzoekster toerekenbaar ongedocumenteerd was en haar asielrelaas ongeloofwaardig.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de leeftijd en kwetsbaarheid van verzoekster bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar relaas. Ook was het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen omdat verweerder het risico op genitale verminking niet adequaat had onderzocht, ondanks verzoeken om aanvullend medisch onderzoek en een aanvullend gehoor door vrouwelijke ambtenaren.
Daarnaast was de motivering omtrent de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling onvoldoende, mede gezien het ontbreken van actuele opvangmogelijkheden in Eritrea en het risico van gedwongen legerdienst.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.