ECLI:NL:RBSGR:2005:AX9691
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Punt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bezit Nederlandse nationaliteit ondanks onjuiste personalia bij naturalisatie
Verzoeker heeft in 1993 asiel aangevraagd onder gedeeltelijk valse personalia om terugzending naar Duitsland te voorkomen, waar hij bedreigd werd. In 1999 werd hem de Nederlandse nationaliteit verleend via een naturalisatie-KB op basis van die personalia. In 2004 bleek uit onderzoek dat verzoeker niet de opgegeven personalia had gebruikt.
De Minister stelde dat het KB geen rechtsgevolg heeft omdat het op verkeerde gegevens was gebaseerd. Verzoeker betoogde dat volgens artikel 14 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) de intrekking van het Nederlanderschap niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden en dat het Nederlanderschap betrekking heeft op de persoon, niet op de naam.
De rechtbank oordeelde dat de invoering van artikel 14 RWN Pro per 1 april 2003 zich verzet tegen het met terugwerkende kracht laten vervallen van het rechtsgevolg van een naturalisatie-KB. De rechtszekerheid vereist dat het Nederlanderschap niet kan worden ingetrokken met terugwerkende kracht, ook niet bij gebruik van onjuiste personalia. Daarom stelde de rechtbank vast dat verzoeker sinds 11 juni 1999 de Nederlandse nationaliteit bezit en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker sinds 11 juni 1999 de Nederlandse nationaliteit bezit en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.