ECLI:NL:RBSGR:2005:AY5824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Punt
- Rechtspraak.nl
Bevel aan Dexia Bank tot verstrekking overzicht persoonsgegevens op grond van de Wbp
Verzoekers hebben op grond van artikel 46 Wet Pro bescherming persoonsgegevens (Wbp) een verzoek ingediend bij Dexia Bank om inzage te verkrijgen in hun persoonsgegevens die door Dexia worden verwerkt. Dexia weigerde dit verzoek en beriep zich op artikel 43 sub e Wbp Pro, stellende dat het inzageverzoek misbruik van recht was en dat het verstrekken van de gegevens disproportionele administratieve lasten zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelt dat het recht op inzage in persoonsgegevens fundamenteel is en dat het doel van het verzoek in beginsel niet relevant is. Het beroep van Dexia op de uitzonderingsgrond faalt omdat de administratieve lasten en de conflictsituatie tussen partijen geen grond vormen om het inzagerecht te weigeren. De rechtbank stelt vast dat de gevraagde gegevens, waaronder het beleggingsprofiel, kredietwaardigheidstoetsing en bandopnamen van telefoongesprekken, onder de Wbp vallen en dat Dexia deze moet verstrekken.
De rechtbank beveelt Dexia om binnen zes weken na betekening een schriftelijk overzicht te verstrekken van de persoonsgegevens zoals omschreven, met inachtneming van de overwegingen in de beschikking. Bij niet-naleving verbeurt Dexia een dwangsom van 250 euro per dag tot een maximum van 5000 euro. Elke partij draagt haar eigen kosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Dexia Bank wordt bevolen binnen zes weken een overzicht van persoonsgegevens aan verzoekers te verstrekken, met een dwangsom bij niet-naleving.