ECLI:NL:RBSGR:2005:AZ5045
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. Severein
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak op grond van communautair recht en mvv-vrijstelling
Verzoekster, echtgenote van een EU-onderdaan, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf bij haar echtgenoot. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet vallen onder vrijgestelde categorieën. Verzoekster stelde dat zij op grond van het gemeenschapsrecht vrijstelling van het mvv-vereiste toekomt, omdat haar echtgenoot gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer binnen de EU, onder meer door tijdelijk in Frankrijk te verblijven en daar als dominee te werken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder ten onrechte het communautair recht niet van toepassing had geacht op de aanvraag van verzoekster. Jurisprudentie van het Hof van Justitie bevestigt dat het gemeenschapsrecht van toepassing is wanneer een EU-onderdaan ooit gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer. Verzoekster had gesteld dat zij samen met haar echtgenoot in Frankrijk verbleef, hetgeen verweerder niet had betwist. Tevens moest verweerder nader motiveren waarom het stellen van het mvv-vereiste niet disproportioneel was, gelet op het gezinsleven van verzoekster en haar echtgenoot.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening toe, verbood uitzetting van verzoekster totdat op het bezwaar was beslist, en veroordeelde verweerder in de proceskosten en griffierecht. Hiermee werd erkend dat het bezwaarschrift van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft en dat het mvv-vereiste in deze situatie niet zonder meer kan worden toegepast.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.