ECLI:NL:RBSGR:2005:AZ9431
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking herziening persoonsgebonden aftrek na onherroepelijke aanslag
Eiser en zijn echtgenote deden gezamenlijk aangifte inkomstenbelasting 2003 waarbij zij de persoonsgebonden aftrek voor buitengewone uitgaven verdeelden. De aanslag aan de echtgenote werd onherroepelijk omdat hiertegen geen bezwaar werd gemaakt. Eiser wilde later de verdeling herzien door de gehele aftrek aan zichzelf toe te rekenen, maar verweerder wees dit af.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 2.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 de verdeling van persoonsgebonden aftrek tussen fiscale partners alleen kan worden herzien zolang de aanslag van beide partners nog niet onherroepelijk is. Omdat de aanslag van de echtgenote onherroepelijk was, kon de verdeling niet meer worden aangepast.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de beperkte aftrek van € 226 voor eiser correct is vastgesteld. De uitleg van eiser over latere wetsartikelen leidt niet tot een andere uitkomst. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de verdeling van persoonsgebonden aftrek na onherroepelijke aanslag niet kan worden herzien.