ECLI:NL:RBSGR:2006:AU9944
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beslissing over intrekking beroep en proceskostenvergoeding in vreemdelingenzaak
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de weigering van een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar stelde zij beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. Verweerder trok het bestreden besluit in en bood proceskostenvergoeding aan. Eiseres trok het beroep deels in, maar kwam hier later op terug, wat de rechtbank niet als geldig beschouwde vanwege het ontbreken van een regeling voor terugkomen op intrekking in de Awb.
De rechtbank oordeelde dat het beroep formeel was ingetrokken en dat zij daarom alleen kon beslissen over het verzoek om proceskostenvergoeding. De vergoeding van kosten voor contra-expertises moest verweerder in een nieuw besluit op bezwaar beoordelen. De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en bepaalde dat de Staat der Nederlanden deze kosten en het griffierecht aan eiseres moest vergoeden.
De rechtbank wees erop dat de termijnen voor hernieuwde besluitvorming ruimschoots waren verstreken en dat eiseres op grond van artikel 6:2 Awb Pro een rechtsmiddel kan instellen tegen een nieuw besluit. Partijen verschenen niet ter zitting en de zaak werd buiten zitting afgedaan. Tegen het vonnis staat hoger beroep open voor het beroep, maar niet voor de voorlopige voorziening.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt verweerder tot betaling, terwijl het beroep formeel is ingetrokken.